Dit is Overvecht

spelende kinderenHalf juli, eind van de ochtend. Ik kom uit de Johanneskerk. Gedoe op het fietspad. Vijf opgewonden jongetjes, zo tussen de 8 en 12, drie fietsen neergesmeten op het fietspad. De kleinste van het stel is weggelopen. De anderen staan te roepen en te schreeuwen tegen hem en tegen elkaar. De kleine draait zich om, roept: “Ik gá niet achterop”, en beent verder. Ik vraag wat er aan de hand is. “Hij durft niet achterop”, zegt er een. De grootste van het stel gaat de kleine achterna. Ik zie hem z’n hand op de schouder leggen. Ze praten heftig met veel gebaren. Het gaat wat heen en weer.  Dan komen ze samen terug gelopen. De grote zegt tegen een van de jongens: “Jij gaat bij hem achterop. Ik neem jouw fiets en hij gaat bij mij achterop.” De jongen die zijn fiets af moet staan moppert, maar aangespoord door zijn vriendjes doet hij het dan toch. Geamuseerd en vol bewondering sta ik toe te kijken. “Wat dóe je dat goed”, zeg ik tegen de grootste van het stel. “Jij bent zeker mediator”, ik spreek het op z’n Engels uit.  “Meediator, mevrouw”, corrigeert  hij me in rond Hollands. “Hij is zevende groeper”,  verklaart  een van de vriendjes. En ik snap het:  dit is Overvecht.  Ze zitten op een Vreedzame School, zijn getraind in omgaan met conflicten vanaf groep 1 en zevende en achtste groepers  kunnen opgeleid worden tot bemiddelaar. “Waar gaan jullie naar toe?”, vraag ik. “Naar het Cruijff court”. En daar gaan ze. Voetballen.

Eind van de middag. Op de fiets nader ik de Carnegiedreef. Voor me staan twee auto’s haaks op elkaar, de ene op 2 céntimeter van het portier van de passagier van de andere. Beide chauffeurs zijn uitgestapt. De chauffeur van de ene, een jonge knul, komt geagiteerd naar me toe. “Ik had voorrang, toch, mevrouw. ”  “Nou”, zeg ik, “er staan hier wel haaientanden”. “Maar ik kwam van rechts “, zegt hij en herhaalt dat tegen de andere chauffeur. “Jij had niks geen voorrang!” Er ontstaan ondertussen rijen auto’s aan alle kanten van het kruispunt. De passagier van de andere auto, een vrouw,  is inmiddels ook uitgestapt. Wij hadden voorrang, toch?, seint ze naar mij.  De eerste chauffeur rent het kruispunt over en zoekt  steun bij  een andere chauffeur:  “Ik had toch voorrang?” “Ja”, hoor ik hem zeggen, “korte bocht heeft voorrang op lange bocht”. De man rent terug naar de auto’s. Geschreeuw tegen elkaar. De een pakt de ander beet. De vrouw  wringt zich er tussen. “Raak me niet aan!” “De politie!”, hoor ik de eerste chauffeur roepen, “die moet maar zeggen hoe het zit”. De situatie wordt gevaarlijk als iemand het wachten zat is en met z’n auto via de stoep, waar  ik inmiddels sta,  langs de opstopping rijdt. Ineens zijn daar twee politie auto’s. Opgeroepen? Of  komen ze toevallig langs?  (We zijn vlak bij de  Kaap Hoorndreef, politiebureau). Twee jonge agenten stappen uit. “Als u nu eerst even uw auto aan de kant zet”, hoor ik een van hen zeggen.  Ik rij weg me afvragend hoe het nu zit op die kruising.

Thuis nemen we  de situatie nog even door. Korte bocht gaat voor lange bocht op een gelijkwaardige kruising. Maar dat is het daar niet, de Carnegiedreef is een voorrangsweg.

“Waarom bleef je niet kijken hoe het afliep?” , vraagt mijn man.  Tja waarom eigenlijk niet, want ik was wel erg benieuwd hoe het verder zou gaan. Ik stapte weer op m’n fiets zodra de politie er was, die zou het verder wel regelen. Ik heb een hekel aan potten kijken. Het helpt niet, werkt eerder averechts, vind ik.  Na al die jaren ben ik nog steeds niet het type stadsmens dat meteen gaat kijken als er ergens iets aan de hand is. Ik zal dat alleen doen, als ik denk dat ik iets kan betekenen daar.

De roep om de politie om het oordeel te vellen, was me opgevallen daar op de Carnegiedreef. Achteraf  herinner ik me dat de eerste chauffeur daarom vroeg. De tweede, bijna aangereden chauffeur hield dat af. Het geagiteerde sfeertje begreep ik wel. Ze waren zich allemaal rot geschrokken. ’t Was maar net goed gegaan. Ik  vond  het wel spannend, maar niet echt dreigend. Ik hoop dat de politie heeft kunnen bemiddelen en geen boetes heeft uitgedeeld. Dat de papieren aanwezig en in orde waren, want niet iedereen in Overvecht beschikt over documenten.

Dit is Overvecht. Reuring. Volwassenen die de politie inschakelen om te bemiddelen. Kinderen die zelf hun conflict oplossen. Gaaf.

 

Erna TreurnietErna Treurniet
Buurtpastor in Overvecht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.