De binnenkant van armoede

armoedeIn onze stad is aandacht voor armoede. 7 oktober was er een debat in Overvecht. 17 Oktober was het wereldarmoededag. En ook de week daaraan voorafgaand werd er op verschillende plekken in de stad aandacht voor armoede gevraagd. Mogelijk is het u niet ontgaan. Ook de gemeenteraad buigt zich deze maand over het armoedebeleid van de stad Utrecht voor de komende jaren. Er zullen beslissingen genomen worden, na enkele ronden van overleg met organisaties en bewoners in de stad.

Ik vind het wel bijzonder, dat de gemeente tijd genomen heeft om zoveel mogelijk bewoners en organisaties te raadplegen. Utrecht kent al een Armoedecoalitie, met een stuurgroep van directieleden van organisaties als de Tussenvoorziening, Woningbouwverenigingen, Emmaus; een platform met mensen uit de praktijk en vertegenwoordigers van belangenorganisaties en een casuïstiekoverleg van hulpverleners. Maar in de voorbereiding van het armoedebeleid voor de komende jaren werd nog breder uitgenodigd. Misschien was u zelf ook bij een overleg over de armoedeaanpak.

Met grote belangstelling volg ik de ontwikkelingen. Ik vind het niet eenvoudig om de gevolgen van de maatregelen te overzien. Wat het beleid zal betekenen voor de arme inwoners van Utrecht. Er zijn mensen in de armoedecoalitie die dat beter kunnen. Van hen leer ik wel dat twee tientjes in de maand meer of minder veel uitmaakt. Én het valt me op dat mensen die arm zijn niet alleen denken in termen van geld. Twee reacties zijn me bij gebleven. Op de vraag: Wat moet er anders? werd als eerste opgemerkt: De manier waarop je behandeld wordt. En bij de eerste bespreking van de nieuwe nota vroeg iemand aan de schrijvers: Wat doet het meeste zeer? Een vraag en een opmerking van mensen die weten hoe het is om arm te zijn. Reacties van binnenuit.

Een goede hulpverlener, ambtenaar, vrijwilliger, maatje is iemand die beseft: het kan mij ook overkomen. Of iemand die zich voorstelt: wat als het mij zou overkomen. Maar de beste hulpverlener, ambtenaar, vrijwilliger of maatje is iemand die van binnenuit weet hoe het is.

Dat weten we van allerlei lotgenoten organisaties op het gebied ziekte, rouw, leven met een beperking of met een verslaving. Het belang van ervaringskennis en deskundigheid gebaseerd op ervaring. In de hulpverlening aan mensen met een verslaving of psychische ziekte werken zowel mensen die er voor geleerd hebben als mensen die ervaringsdeskundig zijn. In België wordt ook op het gebied van hulpverlening bij armoede gewerkt met ervaringsdeskundigen. Zowel in maatschappelijk werk en schuldhulpverlening als bij de sociale dienst werken beroepskundigen en ervaringsdeskundigen zij aan zij. Mensen die opgegroeid zijn in armoede kunnen daar een opleiding volgen. Een pittige opleiding waarin stevig gereflecteerd wordt op het eigen leven, op de buitenkant en de binnenkant van armoede. Wat het met je deed en nog altijd doet. Zodat de ervaringskennis kan groeien tot ervaringsdeskundigheid om anderen, wier leven toch ook weer anders was, te kunnen helpen. De professionele hulpverlener moet ook leren samen te werken met een ervaringskundige. Want niet alleen de ervaring verschilt, ook de opleiding, dus de taal en het aanzien. In ons land worden stappen gezet om mensen met ervaringskennis op te leiden tot ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting én beroepskundigen en ervaringsdeskundigen te leren samenwerken op een gelijkwaardige basis.

In de armoedenota van de gemeente wordt het belang van ervaringsdeskundigheid onderstreept. Ik hoop dat Utrecht ervaringsdeskundigen daadwerkelijk in dienst zal gaan nemen en opleidingsplaatsen zal financieren. Ook de kerk zou een duit in het zakje kunnen doen.

 

Erna Treurniet

 

Erna Treurniet
Buurtpastor in Overvecht

 

 

 

 

 

 

 

Kijk voor meer informatie over dit onderwerp op www.de-link.net

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.