Achter de muziek aan

hildegard-von-bingen-2‘De christen van de toekomst zal een mysticus zijn, of hij zal niet zijn.’ Deze woorden van de theoloog Karl Rahner reizen al heel lang met mij mee. Wie zich aangetrokken voelt tot de ervaringsdimensie van geloven, komt uiteindelijk bij de mystiek uit, dat is mij intussen wel duidelijk. Maar dat is voor iemand van de ratio een lange weg. De vragen van het verstand blijven je bestoken. Hoe zit dit, hoe zit dat? Hoe moet ik het begrijpen? Hoe kan ik het een met het ander verbinden? Oorzakelijk denken noemen we dat. Denken in termen van oorzaak en gevolg: je hebt eerst het een en krijgt daarna het ander. Maar of je daarmee uiteindelijk de Ene op het spoor komt, is maar de vraag. Als ik terugga in mijn herinnering zijn de momenten waarop God het meest dichtbij was, momenten die tijd en ruimte en zeker de ratio overstegen. Zo herinner ik me een vakantie in Schotland, bij uitzondering in het najaar. We liepen een gedeelte van de West Highland Way, een prachtig langeafstandspad van Glasgow naar Fort William. We doorkruisten Rannoch Moor en beklommen daarna de zogenaamde Devil’s Staircase, een steil pad omhoog. De zon scheen alsof het zomer was en rondom ons waren alle varens goud gekleurd. Bij elke wending van het pad zag alles er weer totaal anders uit. We liepen van moment naar moment in een wereld van pure schoonheid. Ik herinner me dat de tranen in mijn ogen stonden. Of ik toen expliciet aan God gedacht heb? Ik denk het niet. Er was geen denken, er was alleen maar zijn. Het is een ervaring die sindsdien bij mij is gebleven. Ik kan het zo weer in mijn verbeelding oproepen. Ik veronderstel dat meer mensen zulke ervaringen hebben, kostbare ervaringen van eenwording. En ik vermoed dat het in de mystiek om deze eenwording gaat. Daar verlangt de mysticus naar, naar eenwording, een eenwording die uiteindelijk uitmondt in de eenwording met God.

Laat ik nou vorige week zomaar aanlopen tegen een mooi boekje van de benedictijn en zenmeester Willigis Jäger (Voorbij God, 2016). Halverwege dat boekje houdt hij de lezer voor dat religies drie niveaus hebben: het institutionele niveau, het intellectuele niveau en het mystieke niveau. Het gaat hem er niet om, zo stelt hij uitdrukkelijk, die niveaus te rangschikken van hoog naar laag, maar hij wil vooral het onderscheid maken en onze aandacht vragen voor het zo vaak veronachtzaamde mystieke niveau.
Hij beschrijft de niveaus. Het institutionele niveau is het niveau dat we zo goed kennen van het kerkelijk instituut en de daarbij behorende regels en leerstellingen. Je weet waar je aan toe bent maar je moet je er ook aan onderwerpen. Dit is het niveau waar veel mensen in onze tijd zich tegen verzetten. Maar, schrijft Jäger er eerlijk bij, dit institutionele niveau kan mensen ook innerlijk houvast geven, oriëntatie, het gevoel erbij te horen en deel van een gemeenschap te zijn.
Het tweede niveau is het intellectuele niveau. Ook dat kennen we goed. Theologie en filosofie proberen het menselijke bestaan een plaats te geven in het tijdloze universum. Ze kunnen wegwijzers zijn naar de waarheid. De mens heeft zijn intellect gekregen om religie te begrijpen. Maar dit begrip is, aldus Jäger, nog altijd deel van de ik-activiteit en leidt slechts tot intellectuele uitspraken op rationeel-persoonlijk gebied. Dit niveau is legitiem, maar het is uiteindelijk onbevredigend. Het verklaart ons menszijn niet.
Ineens moet ik denken aan een woord van de apostel Paulus, uit I Korintiërs 12: “Maar ik wijs u een weg die nog veel verder omhoog voert’. En dan volgt in I Korintiërs 13 zijn prachtige Hooglied van de Liefde. Het mystieke niveau waar ‘het ik moet zwijgen, zodat datgene kan verschijnen wat de mystiek het ‘ware wezen’ noemt’, is het derde niveau. Jezus noemt het ‘het rijk Gods’. ‘Het rijk Gods is in je’, zegt hij. ‘Je moet wederom geboren worden.’ We moeten hier in dit leven een ‘tweede geboorte’ beleven om te begrijpen wat met het intellect niet te begrijpen is.
Opnieuw geboren, opgestaan, en dan is het Pasen, dan schijnt de gouden zon op de varens en baadt de hele wereld in het licht.
Voeling krijgen met deze dimensie, met dit allesomvattende ervaringsniveau, noemt Jäger de enige weg die ons kan redden uit het catastrofale egocentrisme, dat wij als mens ontwikkeld hebben en waaraan wij ten onder zouden kunnen gaan. Toegewijd oefenen op deze weg kan ons openen voor deze waarheid van God en ons eigen ware wezen.

Zo zijn we weer terug bij Karl Rahner. Ik vermoed dat hij gelijk heeft en dan zou ik het woord ‘christen’ willen vervangen door ‘mens’: de mens van de toekomst zal een mysticus zijn of hij zal niet zijn. Onze menselijkheid en onze menselijke toekomst zijn in het geding. Voorwaar geen geringe zaak.
En wat is er dan christelijk aan? Ik zou zeggen dit: dat Jezus Christus, door hoe hij uit de verhalen naar mij toe komt, mij tot deze weg van oefenen, oefenen en nog eens oefenen verleidt. Zijn passie werkt aanstekelijk. Het vuur slaat over en ik wil mee, achter de muziek aan.

Toos Woltersds. Toos Wolters

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.