Twee manieren

netwerkVanuit de kerk zijn er twee manieren om te werken in de samenleving. Als (mensen van) de kérk, of samenwerkend met anderen.
In buurtpastoraat is samenwerken vanzelfsprekend. Om te beginnen met buurtbewoners. Buurtpastores willen aanwezig zijn in het alledaagse leven van mensen en dan vooral van hen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Zoals Jezus deed, en daaróm ook: in navolging van Jezus. Buurtpastores zijn niet zozeer hulpverleners als wel praatpalen, meedenkers, meedoeners. Samen optrekken, zo kan ik het werk samenvatten. Samen optrekken met wie dat wil, met bewoners maar ook met organisaties. Ik heb daarvoor de opdracht van de kerk, in mijn geval van de PGU. De vraag is vaak, ook binnen de PGU: is dat wel zichtbaar, dat je van de kerk bent, dat je van Jezus bent. Afgezien van het kruisje om mijn nek, niet nee. Maar mensen die mij langer kennen, weten het, want dan hebben we het ook wel over geloven gehad. Want ook zó werkt buurtpastoraat: vanuit langdurige relaties met concrete mensen.
Wil je als kerk zíchtbaar zijn in het maatschappelijk gebeuren, dan organiseer je dingen als kerk. Bijvoorbeeld als bijbelclub samen koken voor buurtbewoners. Als kerkelijke gemeente inzamelen voor de Voedselbank. Of je maakt een kerkelijke of christelijke organisatie, omduw, stichting present, schuldhulpmaatje (merk op dat je kerk niet in de naam tegenkomt).
Het gebeurt nog al eens dat beide manieren van doen, beide benaderingen elkaar de maat gaan nemen. Welke manier is kerkelijker, christelijker, meer volgens het Evangelie. Als dat gebeurt, gaat het naar mijn mening niet meer om de vraag wat het beste werkt, maar wie het beste werkt of te wel wie beter is. Dan gaat het om onszelf of om de eigen organisatie en niet meer over de mensen waar je het voor doet.
Toen ik meedeed in de overleggen in Overvecht over wat er beter en anders moet de komende jaren in de wijk, kreeg ik van een collega de vraag: waarom doe je dat? Omdat ik door het wijkbureau uitgenodigd was. Dat is fijn voor jou. Maar voor wie ging ik dan op die uitnodiging in? Om buurtpastoraat op de kaart te zetten? Ik vond het leuk om gevraagd te worden, maar ach, ik was één van de vele werkers uit de buurt die mee deed. Om erbij te horen? Dat voelde wel goed, maar ik wil niet te veel uren vergaderen. Ik vroeg het wijkbureau: waarom wil je mij erbij? Omdat jij andere mensen kent in de wijk en als je dezelfde mensen kent, dan ken jij ze op een andere manier. ‘Maar voor wie doe je dit?’ hield de collega vol. Voor de mensen in de wijk. Ik hoor en zie dingen, mensen maken me deelgenoot van zaken, die ik vaak niet weet te vertalen in beleid. Maar door die zaken te delen met anderen, die meer beleidsmatig denken, kan ik bijdragen aan veranderen of verbeteren van beleid.
Ander voorbeeld: de hulp aan vluchtelingen. De kerk in Utrecht heeft daar inmiddels ervaring mee opgedaan. Met het AZC, met Toevlucht, met Villa Vrede, met de noodopvang op Kanaleneiland. Ervaring met hulp aan vluchtelingen én ervaring met samenwerken, vooral als kerken onderling, maar ook, vooral de coördinatoren, aan samenwerken met de gemeente. Ik ben er trots op, dat vele mensen verbonden aan de Utrechtse kerken zo actief zijn. Al die ervaring kunnen we benutten voor Overvecht. Het wiel hoeft niet opnieuw te worden uitgevonden. Naast kerkelijke vrijwilligers zijn veel andere vrijwilligers en organisaties actief met en voor vluchtelingen: zie welkominutrecht.nu. Het stadsbestuur leert van al die ervaringen. Dat merk je in de voornemens voor de opvang in Overvecht: Hoe lang of hoe kort mensen daar zullen verblijven, het moet een goed verblijf zijn. Mensen moeten zelf kunnen koken, kinderen naar school, ouderen naar taalles en (vrijwilligers)werk. Mensen stimuleren hun talenten en vaardigheden te benutten en contacten tussen deze nieuwkomers en buurtbewoners op alle mogelijke manieren bevorderen. En mensen die in Utrecht terecht komen en in Nederland blijven, gaan niet van hot naar her door ons land, zij blijven in Utrecht. Ik ben trots op onze stad.
Voor ons mensen van de kerk kunnen we ook als het gaat om opvang van vluchtelingen de manier van werken kiezen die ons het beste ligt. Zo lang je de belangen van de vluchtelingen en het samenleven in de stad in het oog houdt. Je kunt aansluiten bij en optrekken met anderen of als kerk, kerkelijke groepering zelfstandig iets opzetten. Om teleurstellingen bij jezelf te voorkomen is het wijs je te oriënteren op wat er aan ervaringen zijn. Dat we zo tot zegen van de stad mogen zijn.
Erna Treurniet
buurtpastor in Overvecht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.