Niet ik doe iets met het gebed, het gebed doet iets met mij

franciscus-omhelst-lepralijderIk kom uit de protestantse traditie. Daar moesten we weleens wat uit het hoofd leren. Het bekendste voorbeeld zijn de psalmversjes. Iedere maandagmorgen werden we geacht voor de klas het de week ervoor opgegeven psalmversje op te zeggen. Een couplet uit de psalmberijming waaruit toentertijd in de kerk gezongen werd. Het was voor mij vaste praktijk om dat versje op zondagmorgen tijdens de kerkdienst erin te stampen. Niemand merkte dat ik met mijn aandacht niet bij de preek was, ik had het psalmboek netjes voor mij liggen en reciteerde in gedachten de regels. Het werkte uitstekend en resulteerde regelmatig in een 10. Het ging alle lagere schooljaren zo door en ik heb op die manier aardig wat coupletten uit mijn hoofd geleerd, wat me later in mijn werk goed van pas kwam.

Van vaste gebeden waren wij protestanten niet zo. Ja, natuurlijk het ‘Onze Vader’, dat leerden we wel op enig moment uit ons hoofd, maar dat was het wel zo ongeveer. In sommige gezinnen waren er ook vaste tafelgebeden, maar mijn vader, die aan tafel voorbad, was een man van de vrije gebeden. Na een min of meer herkenbare opening improviseerde hij al naar gelang de omstandigheden van de dag. Zo werd je als je jarig was in het gebed genoemd en dat was elke keer toch weer een hele belevenis.

Katholieken zijn meer van de vaste gebeden. Dat ontdekte ik toen ik regelmatig in een katholieke kerk begon te komen. Het raakte me. Ik merkte dat woorden die telkens terugkomen op de een of andere manier niet alleen in je hoofd, maar ook in je hart gaan huizen en van daaruit soms ineens naar boven drijven.
Toen ik weer een aantal jaren later naar Taizé begon te gaan, leerde ik daar de korte mantra’s kennen. Bijbelteksten op muziek gezet, die telkens maar herhaald worden. Ik ken er inmiddels tientallen en ook die komen soms zomaar in me op.

Van het een komt blijkbaar het ander. Want een tijdje geleden ben ik begonnen met het dagelijks reciteren van enkele vaste gebeden. En al praktiserend ontdek ik steeds meer de transformerende kracht ervan. Niet ik doe iets met dat gebed, het gebed doet iets met mij.
Geloof, vertrouwen staat of valt met de herhaling. Een regelmatig en aandachtig herhaald gebed versterkt je geloof. Als je er even de tijd voor neemt en op een wat meditatieve manier de woorden van zo’n gebed aandachtig, woord voor woord, gedachte voor gedachte door je heen laat gaan en dat met regelmaat, dan komt dat wat er in dat gebed staat steeds dieper in je systeem te zitten. Je verandert er door. En als het gebed dat je kiest niet alleen een troostende, rustgevende inhoud heeft, maar ook een appèl op je doet, dan neemt niet alleen je geloof toe, maar verandert ook je gedrag. Je groeit in de richting van het mensbeeld dat uit het gebed spreekt. Je transformeert.
Een prachtig voorbeeld van een gebed, dat deze werking in zich heeft, is het gebed dat toegeschreven wordt aan Franciscus van Assisi:

Heer, maak mij tot instrument van uw vrede:
dat ik waar haat is, liefde breng;
waar schuld is, vergeving;
waar tweedracht is, eenheid;
waar dwaling is, waarheid;
waar twijfel is, geloof;
waar wanhoop is, hoop;
waar duisternis is, licht;
waar narigheid is, blijheid.

Geef dat ik zoek
niet zozeer getroost te worden als wel te troosten;
niet zozeer begrepen te worden als wel te begrijpen;
niet zozeer bemind te worden, als wel te beminnen.
Want wie geeft, ontvangt;
wie zichzelf vergeet, vindt zichzelf,
wie vergeeft, wordt vergeven;
wie sterft, krijgt eeuwig leven.

 

 

Toos WoltersToos Wolters,
gemeentepredikant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.