Een nieuw begin

afbeelding-bij-column-toos-december-2016Ik begrijp het niet meer zo goed, geloof ik. Ik ben opgegroeid met de Bijbel, ik ben er mijn leven lang mee onderweg geweest. Ik heb wijze leermeesters gehad, die mij er keer op keer op wezen dat het in de Bijbel gaat over recht en gerechtigheid. En dat niet in de betekenis van ‘je eigen recht halen’ of ‘een eerlijke straf voor een gepleegde misdaad’, maar in de zin van een eerlijke, respectvolle omgang met elkaar als mensen.
Het beeld van een nieuwe wereld werd opgeroepen, ‘waar brood genoeg en water stroomt voor allen’. Waar het recht van de vreemdeling, de wees en de weduwe, de meest kwetsbare dus, hoog wordt gehouden. En wie daaraan voorbij ziet, vergrijpt zich aan het meest heilige wat er is op aarde: het leven van een andere mens.
Zo heb ik het geleerd, zo heb ik gedroomd, geloofd ook. Dat het waar kon worden, nu al een beetje op aarde, als wij ons best doen.
Maar dromen kunnen in duigen vallen. En dat gevoel bekruipt me enigszins in deze tijd waarin er verschuivingen plaats vinden die zorgen baren. Ik ben geen deskundige op het gebied van de politiek, maar ik waag me er deze keer toch maar aan. Ik vond het geen gelukkige keuze: Hillary Clinton of Donald Trump. Geen van beiden kon ik met de droom verbinden, ik werd niet warm van hun verhalen. Maar zoals zovelen hoopte ik maar dat Hillary het zou worden. Dat zou misschien het minst gevaarlijk zijn. Geen echte verandering, meer van hetzelfde, en dus, zo moet ik haast wel onbewust gewenst hebben, misschien nog een tijdje uitstel van executie.
Want dat het zo niet lang meer gaan kan in de wereld, dat is mij meer dan duidelijk. Die grote kloof tussen rijk en arm wereldwijd en ook dichtbij, dat moet een keer misgaan. Dat de vluchtelingen onze kant uitkomen, ook de vele economische vluchtelingen, dat is toch meer dan begrijpelijk. Hier is de welvaart, hier is het geld. Lang geleden leerde men mij de wet van de communicerende vaten: vloeistof verplaatst zich net zolang heen en weer totdat er aan beide kanten evenveel is. Zou dat in de mensengemeenschap anders gaan? Ik geloof er niets van. Maar ja, wij proberen het tegen te houden, door muren te bouwen, door onszelf veilig te stellen: ‘als ze nou in Turkije blijven en niet verder komen…’. Wie weet er eigenlijk nu op dit moment hoe het gaat met al die vluchtelingen, in Turkije en Libanon en al die andere landen? Wordt er wel goed voor hen gezorgd? Wie controleert dat? Of is het vooral zo, dat we blij zijn dat we er tenminste voor een tijdje van af zijn. Is dat niet een zelfde soort mechanisme als hopen dat Clinton zou winnen. Nog even rust, nog even de gelegenheid om als een struisvogel de kop in zand steken. Voor zolang het nog duurt.
Het rijke westen, zegt men, en ook in één adem het christelijke westen. Dat is toch beschamend. Wat hebben we met die erfenis gedaan. Al die waarden die de Bijbel vertegenwoordigt, die Jezus heeft voorgeleefd, waarover de profeten spraken. Waarvan we zingen in onze kerken en waarin we zo driftig zeggen te geloven. Hoe komt het toch dat we er, als het er op aan komt, geen handen en voeten aan weten te geven. Was dat vroeger anders, zo vraag ik me af. Toen onze wereld nog klein was en overzichtelijk.
Misschien moeten we er nog aan wennen, dat we in wereldsamenleving terecht zijn gekomen. En dat ‘ver van ons bed’ niet meer bestaat. Dat we op een veel grotere schaal verantwoordelijk zijn voor elkaar dan we dachten. Dat het lijden in Afrika niet los staat van ons doen en laten hier. Dat tegenover de absurde weelde van weinigen de schrijnende armoede van velen staat. Hoe zit dat met het advies van Jezus over het hemd en de mantel: ‘als iemand u om uw hemd vraagt, geef hem ook uw mantel’. Onrealistisch die Bergrede uit het Evangelie, zo wordt wel gezegd. Ook daar geloof ik niets van. De geest van de Bergrede zou ons bij het nekvel moeten grijpen. Doet dat het al, maar wij stribbelen tegen. Willen houden wat we hebben. Vinden delen veel te moeilijk.
En toch, dat oude Boek. Die verhalen die ik van huis uit heb meegekregen, de lessen van mijn wijze leermeesters, ik kan ze niet negeren. Het moet anders met onze wereld. Het moet anders met ons.
Als het kind van Bethlehem, van wie we de geboorte binnenkort weer zullen vieren, een nieuw begin betekent, goed nieuws, te beginnen voor het schorriemorrie van die dagen, de herders in het veld, laat het dan, God geve het, ook nu zo zijn: een nieuw begin voor ons allen: dat onze ogen opengaan voor wat er werkelijk toe doet. Dat wij het leven leren delen met zovelen. En dat het, nogmaals God geve het, niet te laat is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.