de binnenkant van geloven


psalm-139

Als mensen lopen we op twee benen. We hebben een hoofd en een hart, we hebben verstand, rede en gevoel en emotie.
Waar die twee los van elkaar raken, gaat er iets mis. Je ziet het in de samenleving. De zogenaamde ‘elite’, de mensen van de rede, wordt verweten geen idee te hebben wat er leeft onder het zogenaamde volk, de gewone mensen. En andersom worden de mensen van de soms verhitte gevoelens en emoties weggezet als dwaas, dom en redeloos. Terwijl gevoel en rede elkaar zo nodig hebben.
Zo is het ook met het geloof in God. Teveel rede, teveel nadenken doet verlangen naar meer hart, meer gevoel. De God waarover we spreken en preken en elkaar de maat nemen is toch behalve een onderwerp van discussie ook, en misschien wel vooral, een beleving van het gevoel, het hart?
Maar hoe spreek je daarover, hoe doe je dat zuiver, zonder elkaar ook hier weer iets op te leggen?
Gelukkig hebben we teksten: woorden, verhalen, gedichten door anderen opgeschreven, die ons daarbij kunnen helpen. Zo’n tekst is psalm 139. Een fijnzinnig lied over de binnenkant van geloven. ‘God, je kent me, je bent er, waar ik ga, waar ik ben, overal om me heen, in alles wat ik zeg, doe – wonderlijk, niet te begrijpen’. God, als een wolk van goedheid om ons heen, als een liefdevolle nabijheid.
Maar als dat zo is, wat betekent dat concreet voor het hier en nu? Houdt dat in dat geloof in God ons zekerheid verschaft? Dat we erop mogen rekenen dat het wel goed met ons gaat als we maar op God vertrouwen? We weten wel beter. Als het over de gewone dingen van het bestaan gaat, over de wereld van gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, dood en leven, is er geen zekerheid. Aan het begin van een nieuw jaar kunnen we wensen uitspreken, hopen en bidden, maar hoe het zal gaan in ons persoonlijke leven en in de wereld weten we niet.
psalm-139tekstMaar er is wel iets anders, en daarover gaat die psalm 139. Er is een soort van wonderlijke kracht, – benoem het maar eens – wij zeggen bij gebrek aan beter God – die op een onzichtbare wijze, maar daarom niet minder waar, in alle dingen werkzaam aanwezig is. Dat kun je voelen. Zoals je op een afstand de warmte van een kachel kunt voelen. Je ziet het niet, je voelt het wel. Het is een kracht die straalt, uitstraalt, ontvangen kan worden, waaraan je je kunt warmen, die je goed doet, sterk maakt. Vraag het aan mensen in moeilijke omstandigheden. Of ze zich nu wel of niet tot een geloofstraditie rekenen, ze zeggen, bijna allemaal: ‘Hoe het kan, weet ik niet, maar ik krijg kracht, om overeind te blijven, door te gaan, om te blijven hopen, geloven, liefhebben’.

‘Het geloof is de zekerheid van de dingen die je hoopt en het bewijs van de dingen die je niet ziet’, zegt de schrijver van de Hebreeënbrief.

De zekerheid op een ander niveau zoeken en vinden. Weten, ervaren dat er in de diepte een grond is die het houdt, een hand die je leidt, je draagt, je opvangt. Je daaraan toevertrouwen, telkens weer en telkens opnieuw.
En dan vanuit die grondervaring weer terugkeren naar de werkelijkheid van alledag, met alles wat daar speelt. Weten dat je gekend bent en dan kijken wat er nodig is in je leven en in de wereld.
Psalm 139 noemt dat: op God afgestemd leven. ‘Wat zou ik anders willen dan jij wilt, wat zou ik anders willen zijn dan wat jij bedacht hebt. Ik wil jouw eeuwige weg op.’
Toegewijd, aandachtig, afgestemd leven ten dienste van elkaar en van het grote geheel, dat kan dan ook. Omdat je niet langer je zekerheid hoeft te zoeken waar die niet is, maar je in de diepte geborgen weet, gekend.

Een gezegend nieuwjaar.
Toos Wolters

 

 

 

ds. Toos Wolters

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.