Vertrouwen

“Wat zien die mensen er sjofel uit”. We zitten in de huiskamer van Burezina tijdens de uitgifte van de voedselbank. En ze bedoelt niet de deelnemers aan de voedselbank, maar een aantal hulpverleners. Het was me niet opgevallen, maar ik zie wat ze bedoelt: de collega’s zijn gekleed in vaak gedragen spijkerbroeken en truien. Ik ook trouwens. Ik zeg nog: “Als wij er hier heel netjes bij zouden lopen, worden we niet vertrouwd.” Dat is wat erg kort door de bocht. Want ik heb ook wel horen zeggen: “Ze zag er niet uit, en dat voor een maatschappelijk werker”. Maar dat punt van vertrouwen speelt wel.
Ik herinner me nog goed toen ik begon als buurtpastor. Ik werkte in een arbeidersbuurt. Van huis uit had ik geleerd mensen, zeker mensen ouder dan ik, met u aan te spreken. Toen ik dat daar deed, werd er stellig gereageerd: “Geen u hoor, zeg alsjeblief jij.” Dat was even wennen. Nu betrap ik mezelf erop dat ik automatisch jij en jou, en dat ik af en toe moet checken of dat voor mijn gesprekspartner oké is. Handen geven is ook zoiets. Eigenlijk heb ik dat afgeleerd. Meer slordigheid dan iets anders. Maar van Marokkaanse mensen en van docenten in het basisonderwijs leer ik dat het een belangrijke vorm is van groeten – het zijn niet eens zo veel moslim mannen, waarbij de groet met een lichte buiging gaat. Hoe dan ook, in het sociale verkeer zoek je een vorm van kleden, begroeten, die passend is, voor de ander én voor jezelf.

Toen ik in een korte omschrijving van buurtpastoraat opschreef: “Wat mij in vertrouwen verteld wordt, houd ik voor me.”, reageerde iemand: “Maar dat spreekt toch vanzelf?”. Dat ís ook zo. Maar ik heb ontdekt dat je het moet zéggen, dat een gesprek vertrouwelijk blijft. Dat mensen eerder verwachten dat je notities maakt, of een dossier aanlegt. Ik heb een aantal keren meegemaakt, dat iemand helemaal uit zijn dak ging, omdat zijn zaak als casus was gebruikt. Dat doen wij als professionals, we bespreken een casus om advies te krijgen of om van te leren. Opmerkelijk vind ik altijd wel: als je het vráágt – “Mag ik dit als column of als casus indienen.” – is het meestal goed. Dat geldt ook voor foto’s. “Vind je het goed dat ik een foto neem?” “Vind je het goed dat ik die op facebook zet?” En dus niet doen als er aarzeling is.

Elkaar vertrouwen is moeilijk als je vreemden voor elkaar bent. Als je beiden uit een andere wereld komt. Als er een verschil in welvaart, kennis, vaardigheden, macht is. Als jouw vertrouwen beschaamd is. Als je weinig betrouwbare mensen hebt ontmoet. Aan elkaar leren vertrouwen kun je werken. En in geval van twee mensen zijn er ook twee voor nodig. Maar hoe vreemder je voor elkaar bent of hoe groter het verschil in welvaart, kennis, vaardigheden, macht is, des te moeilijker het is, of des te brozer het vertrouwen. Hoe is het gezegde ook al weer: “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.” Geen mens kunnen vertrouwen maakt bang en eenzaam. Niet vertrouwd worden geeft een gevoel van afgewezen worden, miskend te worden. Het is hard werken en vraagt moed om die gevoelens te overwinnen in jezelf. Het is om moedeloos van te worden, dat het zo moeizaam gaat in relatie met een vreemde ander die lijkt op degene die je niet kunt vertrouwen of die jou toch niet vertrouwt. Maar het is zó de moeite waard om het waagstuk aan te gaan. Je wordt er allebei beter van.

Erna Treurniet
Buurtpastor in Overvecht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.