Nieuwe Taal

Sinds een aantal maanden lees ik regelmatig in het boek ‘What is God’ van de Amerikaanse filosoof Jacob Needleman. In dit boek beschrijft hij zijn persoonlijke zoektocht van ‘Godlessness to the experience of God’, zijn eigen reis van atheïsme naar Godservaring.

Toen ik bezig was met de Paasvieringen werd mijn aandacht vooral getrokken door het laatste hoofdstuk, de conclusie. Needleman schrijft daar over de manier waarop we de krachten van het hedendaagse atheïsme zouden kunnen duiden en komt met gedachten over een nieuw verstaan van God. Dat nieuwe, vaak provocerende en soms zelfs agressieve atheïsme van onze tijd, die godsdienstkritiek van heldere moderne denkers en geleerde wetenschappers, vegen die misschien, zo oppert Needleman, voor ons het bord schoon waarop wij, gedurende de hele mensengeschiedenis tot nu toe, allerlei namen voor God hebben geschreven? Namen die uiteindelijk niet houdbaar zijn gebleken omdat wij er op de een of andere manier, met al onze theologie, telkens weer in geslaagd zijn onszelf als mens buiten spel te houden.

Met dit inzicht komen we bij de essentie, zegt hij. In de mens, en dus ook in mijzelf, zijn alle verschrikkingen van de mensheid terug te vinden. Daar moeten we beginnen. Als we als mensen zonder de hogere krachten van God – liefde, mededogen, gerechtigheid, genade – zonder deze hogere energieën van de schepping, aan onszelf worden overgelaten, dan vernietigen wij in onze Sturm und Drang het menselijke leven en onszelf erbij. En wat zou uiteindelijk ons leven zijn zonder het verlangen naar juist die hogere krachten en dus naar God? Waar zouden we dan voor leven? Wat betekent het leven als we niet zouden kunnen liefhebben en niet rechtvaardig zouden kunnen zijn? Als we alleen maar steeds verder in angst, wreedheid, arrogantie en cynisme zouden wegzakken? Dat agressieve atheïsme is, meent hij, waarschijnlijk niet zozeer een verzet tegen God zelf, als wel een verzet tegen alle valse godsbeelden, die aan de mens zijn eigen verantwoordelijkheid ontnemen. ‘We kunnen’, ik vertaal en citeer, ‘religie niet de schuld geven van de kwaadaardige uitwerkingen ervan. We kunnen God niet de schuld geven van de ongerechtigheid en onverschilligheid van ‘God’. De natuur en het universum zullen hun eigen weg gaan. Ondanks onze oorlogen, onze brutale manier van leven, onze vernietiging van de natuur, onze persoonlijke blindheid, ons collectieve gebrek aan gemeenschapszin, zullen de grote wetten van de natuur doorgaan en de aarde zo nodig aanpassen aan het falen van de mens. En wie weet misschien met dat experiment ‘mens’ ooit opnieuw beginnen, hier of elders.’

Maar ondertussen, nu we hier toch zijn op aarde, wat doen we met de mensen die ideeën, woorden gedachten nodig hebben op hun zoektocht naar Waarheid en het ontwikkelen van een Wil ten Goede? Hoe kunnen we deuren openen voor diegenen die, aangeraakt door het heilige, gaan verlangen naar een nieuwe persoonlijke verbondenheid met God? Voor mensen die vermoeden dat ze de hogere krachten van God nodig hebben om verder te komen in hun streven naar vermenselijking.

Mensen kunnen niet gedwongen worden tot het goede, stelt Needleman. Ze zijn niet zoals de natuur en het universum op voorhand precies dat wat ze zijn. Zij zijn niet vanzelfsprekend afgestemd op hun hogere bedoeling. Mensen zijn vrij. Zij kunnen kiezen. Ze kunnen kiezen of ze zich wel of niet afstemmen op die grote samenhang van alles en allen. ‘In Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij’, zei de apostel Paulus lang geleden. Je van die bijzondere plaats bewust worden. Beseffen dat God niet alleen in jou is, maar dat jij evenzeer in God bent. Daar zou het weleens kunnen beginnen. Alles is goddelijke energie, zegt Needleman, en dan gebruikt hij het woord energie in natuurwetenschappelijk zin en heft zo in één adem de tegenstelling tussen wetenschap en geloven op. In God zijn is zo gezien: je tegelijk één weten met en deel weten van het grote universele mysterie van leven en zijn.

‘Everywhere through the endless space of the universe there exits, shall we say, this Divine Attention, which everything obeys without question’. Het is hier dat Needleman spreekt over de noodzaak van een nieuwe taal. ‘We moeten God verstaan op een nieuwe manier met een nieuwe taal, die aangepast is aan ons moderne denken, onze inmiddels verzamelde kennis, aangepast ook aan onze vertrouwdheid met abstracte wetenschappelijk taal’. We moeten, zeg ik dan, in ons spreken over God de verworvenheden van de moderne wetenschap verdisconteren. Needleman stelt als nieuwe aanduiding voor God het woord ‘Attention’ voor, ‘Divine Attention’, Goddelijke Aandacht. Ik moet dat nog verder doordenken, maar wat ik er nu van zie is dit: niet dat ik perse attent zou moeten zijn op God, maar dat om te beginnen God attent is op mij, omdat de hele kosmos gevuld is met Goddelijke Aandacht voor al wat is en dus ook voor de mensheid en voor iedere individuele mens persoonlijk. En hoe meer je je daarop afstemt, je daarvan bewust wordt, hoe meer je wordt wie je kunt zijn, in balans en tot je bestemming gekomen.

In dit gewaarworden van deze ‘Attention’ kun je je oefenen, elke dag opnieuw. Guido Gezelle gaat ons daarin voor in zijn bekende gedicht over de taal van God:

‘Mij spreekt de blomme een tale,
mij is het kruid beleefd,
mij groet het altemale
wat God geschapen heeft.

ds Toos Wolters

Eén reactie:

  1. Alice Zuidema

    Mooi Toos! Zo voel en beleef ik God ook, in de stilte en bewondering/verwondering van de natuur. Zo goed mogelijk alles met oprechte aandacht doen, daar valt nog veel in te leren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.