Het lied van Maria – een toekomstlied

 

Groot maakt mijn ziel de Heer,
in jubel is mijn geest over God,
mijn redder,-
omdat hij heeft aangezien
de vernedering van zijn dienares;

want zie,
van nu af prijzen mij zalig alle generaties!-
omdat grote dingen aan mij gedaan heeft
hij die machtig is, heilig is zijn naam!-
zijn ontferming is tot in
generaties en generaties
over wie hem vrezen;

hij betoont kracht met zijn arm;
hoogmoedigen met de plannen van hun hart,-
hij slaat ze uiteen;
hij stoot machtigen van hun troon
en vernederden verhoogt hij;
hongerlijders vervult hij met alle goeds,
en rijken zendt hij ledig heen;
hij neemt zich
zijn knecht Israël aan,
hij blijft zijn ontferming indachtig
-zoals hij tot onze vaderen heeft gesproken-
voor Abraham en voor zijn zaad
tot in de eeuwigheid!

 

Maria zingt dit lied, haar Magnificat, op het moment dat het besef tot haar doordringt dat God door haar zwangerschap op een wondere wijze een Nieuw Begin gaat maken. Het is een lied van alle dingen omgekeerd en misschien is het wel het meest radicale en revolutionaire statement in het hele Nieuwe Testament. ‘Je kunt het hele onderwijs van Jezus beschouwen als een ontvouwing en uitwerking van dit allesomvattende lied van zijn moeder’, aldus de religiewetenschapper Andrew Harvey. Het is met andere woorden het evangelie in een notendop.

De Bijbel bevat een aantal van deze door vrouwen gezongen liederen. En telkens weer klinkt daarin de authentieke vrouwelijke roep om bevrijding, de moederlijke schreeuw om recht op leven voor haar mensenkinderen, op bestaan en voortbestaan tegen alle vernietigende krachten in.

Maria, de moeder van Jezus, is zoveel meer dan een onbedorven meisje dat verwonderd om zich heen kijkt vanwege alles wat haar overkomt. Niet voor niets heeft de Eeuwige haar verkoren. In haar stroomt het bloed van haar volk dat steeds opnieuw door tijden van verdrukking is heengegaan. Die ervaring klinkt in haar woorden mee: slavenhuis Egypte, Babylonische ballingschap, Romeinse overheersing. Maria weet van de verschrikkingen, de machteloosheid, het onrecht, de armoede, de honger. En ze weet van de groten op de tronen die het allemaal geen zier kan schelen. Ze kent het verhaal van haar volk. Na de ontmoeting met haar nicht Elisabeth, die het Heilige in haar herkent en bevestigt, kan ze het niet langer voor zich houden: de hoop op een nieuwe toekomst, meer dan de hoop, het weten, het zeker weten, het profetisch weten dat het daarnaar toe gaat en dat haar leven daaraan dienstbaar zal zijn: ‘Mij geschiede naar uw Woord’.

‘Mijn ziel maakt groot de Heer, in jubel is mijn geest over God mijn Bevrijder.’ Want opnieuw zoals zo vaak tevoren, heeft de Eeuwige, gezegend zij zijn Naam, het kleine en geringe gekozen om zijn toekomst vorm te geven: die nederige dienares uit dat kleine onaanzienlijke volkje, dat maar telkens de klappen krijgt, zal een belangrijke rol spelen in de verlossing van de wereld.

Het is geen vage, zweverige God die Maria hier aanroept, maar de grote, krachtige God van het recht, ‘the Lord of Justice’. Deze God grijpt in in de geschiedenis en trekt partij voor de gemarginaliseerden. Hij toont zijn kracht en verbrijzelt de waandenkbeelden van de hoogmoedigen, haalt de rijken van hun tronen en voedt de hongerigen met alle goeds.

Zo wil God het, zo weet ze. En dat gaat onontkoombaar pijn doen voor wie dat tegenstreven. Maria roept hier als het ware om een revolutie, om eigenlijk wel drie revoluties tegelijkertijd:
De hoogmoed van de trotsen zal ten ondergaan en vervangen worden door een samenleving van gelijkwaardigheid en van gepraktiseerde liefde op alle niveaus.
De systemen van macht en controle zullen afgebroken worden ten gunste van de kleinen, de teneergebogenen.
Er zal een radicale herverdeling plaatsvinden van alle vormen van rijkdom en welvaart, zowel geestelijk als materieel.
En dat alles onder het bewind van de Eeuwige.

Maria profeteert dat het begint, met haar zwangerschap, met het goddelijke kind dat ze in zich draagt, met haar geloof dat het kan en dat het zijn zal, hoe lang het ook nog duren zal, hoe zwaar de weeën ook zullen zijn.

In de indrukwekkende film The Son of Man van Mark Dornford-May wordt het leven van Jezus geactualiseerd in de sloppenwijken van Kaapstad, Zuid-Afrika. Ook daar probeert een Man van God langs geweldloze weg vernieuwing tot stand te brengen en wordt om die reden vervolgd en vermoord. Als aan het eind deze zwarte eigentijdse Jezus dood en mishandeld aan het kruis hangt en een gewapende militie de menigte uiteen komt drijven, staat Maria, zijn moeder, een indrukwekkende zwarte vrouw, op uit haar angst en kijkt de gewapende militairen recht in de ogen en danst en zingt samen met alle moeders haar protestlied: ‘Wij nemen het niet langer dat onze kinderen worden vermoord’.

Zo gaat het verhaal door, met vrouwen van nu, in situaties van nu, net zolang totdat het waar wordt. Het lied van Maria, het is een toekomstlied, een lied van de hoop, een lied van blijven geloven en liefhebben tot op de dag dat het waar zal zijn. Een lied dus om van te leven, een lied om mee te gaan.

 

Toos Wolters

Eén reactie:

  1. Alice Zuidema

    Mooi Toos. Laten we blijven geloven in een toekomst van vrede en recht, en daar zelf ieder persoonlijk daar aan blijven werken, elke dag opnieuw! ?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.