Hoezo post-christelijk?

De tijd is een raar ding. Dat is alom bekend en er zijn hele boeken over volgeschreven. Maar soms word je er toch even weer nadrukkelijk bij bepaald.

Zo was ik aangenaam verrast, toen ik in het boekje God ontmoeten in Paulus van de voormalige aartsbisschop van Canterbury Rowan Williams las over de doorwerking van Paulus’ idee over de principiële gelijkheid van slaaf en heer (‘Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus’). Onomwonden en enthousiast deelde de apostel zijn visie met zijn tijdgenoten. Maar, hoe mooi en vooruitstrevend ook, in de praktijk van alle dag was het ook voor hem vooral voorzichtig manoeuvreren en zoeken naar de grenzen van het mogelijke. Wat kon dat kon, wat nog niet kon moest wachten. Zo kon het gebeuren dat hij een weggelopen slaaf terugstuurde naar zijn meester, met de weliswaar zorgzame aanbeveling; ‘Hier is hij weer, wees mild voor hem, want hij is behalve je slaaf ook je broeder’.

‘Ongeveer honderd jaar nadat Paulus deze woorden over eenheid in Christus opschreef zouden twee vrouwen, Perpetua en Felicitas, samen in Carthago als christenen worden geëxecuteerd, de een was slavin en de ander haar meesteres. Ze liepen hand in hand de arena binnen om verscheurd te worden door de wilde dieren. Perpetua was de meesteres van Felicitas en je liep niet hand in hand met mensen die jouw bezit waren. Dit kleine verhaaltje uit de tweede christelijke eeuw herinnert ons eraan dat Paulus’ woorden een verschil begonnen te maken: beschouw je naaste niet als een bezit, maar als iemand die net als jij bij Christus hoort. De kerk had er vervolgens eeuwen voor nodig om het bij te benen, te begrijpen en de gevolgen ervan uit te werken. Pas in de middeleeuwen begint het besef langzaam door te dringen dat je slaven niet kunt tegenhouden als ze willen trouwen of lid worden van een religieuze orde, of zelfs iets bezitten. Pas in de achttiende eeuw komt er een echte campagne tegen de slavernij. Maar Paulus, of hij het nu besefte of niet, was de voortrekker, stak het lont aan.’

(Rowan Williams, blz. 51)

Ik was aangenaam verrast, schreef ik. Waarom? Omdat het mij op aanschouwelijke wijze duidelijk maakt dat werkelijk goede, de mensheid vooruitbrengende ideeën kennelijk van de lange termijn zijn. Ze komen op enig moment op, worden gezien, onder woorden gebracht en als een zaad uitgezaaid. Daarna blijft het vaak een hele lange tijd stil. Misschien dat je er hier en daar nog iets van merkt, maar de grote verandering waarop je hoopte, blijft uit. ‘Het was tevergeefs’, is dan al snel onze menselijke reactie. Maar wij, met ons betrekkelijk korte leven, zijn van de korte termijn. Bij God daarentegen, zeggen de Psalmen, zijn duizend jaar als één dag.  Ik moet daar vaak aan denken.

Een tijdje geleden sprak iemand mij aan op de tegenwoordig veelgebruikte term post-christelijk. Het is voorbij met het grote verhaal van het christelijke geloof wordt daarmee gesuggereerd. Daar kun je vragen bij stellen, zei diegene mij. De vraag bijvoorbeeld of datgene wat Christus gebracht heeft, misschien eerder nog moet beginnen dan dat het al voorbij zou zijn. Dat is een intrigerende gedachte.

Kortgeleden mocht ik preken over een hoofdstuk uit Paulus’ brief aan de Romeinen, waarin uitvoerig gesproken wordt over de praktische uitwerking van de liefde (Romeinen 12). Met prachtige pennenstreken wordt daar het beeld van de nieuwe mens geschetst. De mens van onze dromen, de mens zoals die kan worden wanneer hij niet meer zichzelf zoekt, maar zijn egocentrisme te boven komt en zich, als eens Perpetua en Felicitas, over eigen grenzen heen verbindt met andere mensen. De mens die bereid is het belang van het grotere geheel voor te laten gaan op het zelfzuchtige eigenbelang. Niet omdat dat zou moeten, maar op een natuurlijke manier, van binnenuit, uit vrije wil, vanuit het kloppende hart van de liefde zelf.

Die mens is er nog niet en die wereld is er ook nog niet. Christus is in ons nog niet tot volle wasdom gekomen. Maar stel nu eens dat dat bij God drie dagen duurt en dat het ondertussen, we zijn tenslotte in het derde millenium na Christus aanbeland, toch al stilletjes aan het komen is: mensen die met elkaar in liefde leven, vrij en onbaatzuchtig, die liever geven dan nemen, liever dienen dan heersen en die zo in stilte ieder op zijn of haar eigen plaats en wijze bouwen aan die nieuwe wereld waarvan we dromen, de nieuwe Stad der mensen. Stel dat God zo werkt.

Het is een gedachte waar ik blij van word en waar ik, geloof ik, maar eens in ga geloven. ‘Dat een nieuwe wereld komen zal waar brood genoeg en water stroomt voor allen’, dicht Huub Oosterhuis. Ik zie het al komen. Dwars door alle moeilijkheden van de korte termijn heen. Een wereld zoals die Christus voor ogen stond. Een wereld waar het goed toeven is voor alle mensen, ongeacht hun afkomst, huidskleur of geloof. Een waarlijk messiaanse wereld, die op het punt van aanbreken staat. Hoezo post-christelijk?

Eén reactie:

  1. Mooi! Laten we hopen dat dit langzamerhand door gaat in de wereld. Wij waren vandaag in het musuem van Geert Groote in Deventer. Dat was ook zo’ n man die in navolgingvan Jezus leefde. Heel indrukwekkende tentoonstelling!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.