Een rabbijn in de moskee

‘Ze moeten van onze moskeeën afblijven’. Dat waren de woorden waarmee de orthodox joodse rabbijn Lody van der Kamp het hart van imam Ahajjaj wist te raken. Iman Ahajjaj, ook wel Aboe Ismaïl, is een van de imams van de bekende As-Soennahmoskee in Den Haag. Deze moskee kreeg op de vooravond van het Suikerfeest een lugubere dreigbrief met daarin een speelgoedvrachtwagentje: de afzender was voornemens in te rijden op de bezoekers of de moskee. Reden voor rabbijn van der Kamp om contact te zoeken. En in dat contact, zo las ik in het dagblad Trouw, klonken deze woorden.

Ze raken ook mij, merk ik, wonend en als protestantse dominee werkend in Utrecht Overvecht, een wijk met een flink aantal moskeeën en heel wat gelovige moslims. Meer moslims dan christenen, veronderstel ik, zonder daarover de precieze cijfers bij de hand te hebben. Ik ben hier nu alweer ruim vier jaar en ik weet dat ik graag contact wil, ontmoeting, verbinding samenwerking, bruggen slaan. We hebben al eens kennis met elkaar gemaakt, de voorzitter van de grootste moskee hier, de Omar Al Farouq moskee, en ik als dominee van de Johanneskerk. Maar daar is het helaas een beetje bij gebleven. We lijken toch vooral in verschillende werelden te leven. Druk doende met wat bij ieder van ons als prioriteit op het bordje ligt. Dat is begrijpelijk, maar helemaal tevreden ben ik er niet over. En dat heeft, als ik het goed beschouw, met mijn hart te maken. Met wat ik droom, voor me zie, verlang, wens voor deze wereld, te beginnen dichtbij in Overvecht.

Nog even terug naar die woorden van rabbijn van der Kamp. Ze hielden me een spiegel voor. Heb ik er ooit wel zo met deze woorden over gedacht; ‘onze moskeeën’? Heb ik in mijzelf die stap al gezet? Of aarzel ik op de drempel? ‘Onze kerken’, ja dat gaat wel. We werken heel aardig samen hier in Overvecht. Maar onze moskeeën’? Ze moeten van onze moskeeën afblijven! Zou ik dat ook kunnen zeggen? En dan in één beweging door, afblijven niet alleen van onze moskeeën, maar van al onze godshuizen, dus ook van onze synagogen en onze tempels en onze andere gebedshuizen. Ik herinner me een bijeenkomst op het stadhuis waarvoor alle religieuze groeperingen in de stad Utrecht waren uitgenodigd. Ik heb mijn ogen uitgekeken naar wie er allemaal waren en wat er allemaal in Utrecht aanwezig is. Of er op die avond al een gevoel van ‘wij’ en ‘onze’ was, weet ik niet. Ieder had natuurlijk zo z’n eigen wensenlijstje in te dienen. Maar het was zeker een begin van bewustwording.

Toevallig of niet was ik uitgerekend deze week ook nog aanwezig bij een boeiende lezing van rabbijn Shmuel Katz van de Gerard Dou Synagoge in de Amsterdamse Pijp. Hij sprak over ‘Wat ons bindt en wat ons scheidt’ tot een groep protestantse dominees die binnenkort een studiereis naar Israël gaat maken. Na met een paar treffende plaatjes de pijnlijke geschiedenis van de Holocaust en de moeizame relatie tussen joden en christenen te hebben geschetst, beschouwde hij met ons de huidige geseculariseerde wereld waarin geloof en zingeving node worden gemist. We moeten als gelovigen samenwerken, stelde hij, niet om elkaar ergens toe over te halen, laat staan om elkaar te bekeren, maar omwille van de wereld waarin we leven. Want die heeft, zeg ik nu met eigen woorden, liefde nodig en aandacht en zorg, zodat mensen weer in het leven en in elkaar gaan geloven. Zodat er weer gemeenschapszin ontstaat en verantwoordelijkheidsgevoel en vooral ook een gevoel van verbondenheid.

Als goed wetgeleerde ging rabbijn Katz vanuit dit gekozen uitgangspunt te rade bij de Joodse Bijbel, de Tenach. ‘Hoe kan ik in de Schriften aanknopingspunten vinden op grond waarvan ik met een positieve houding met andere gelovigen kan samenwerken?’ vroeg hij zich af. Hij vond die o.a. in het verbond van koning Salomo met koning Chiram van Tyrus ( I Koningen 5, 15-26). Dat was een verbond gebaseerd was op (1) onderling respect, (2) wederzijds vertrouwen en (3) een praktische noodzaak. Dat zijn, aldus rabbijn Katz, gronden waarop ook nu een bondgenootschap tussen verschillende geloofstradities heel goed mogelijk is. Laten we niet elkaar te lijf gaan over de inhoud van ons geloof, dan lopen we misschien vast, maar laten we naar buiten kijken, naar wat daar nodig is. Laat de samenleving ons ter harte gaan.

Door mijn levensgeschiedenis ben ik verworteld met het christelijk geloof. Dat is mij dierbaar en dat zal ik waarschijnlijk nooit meer kwijtraken. Maar dat verhindert mij niet om het geloof van een ander te respecteren. Daar begint het mee, telkens weer. Met respect betonen. Ik voelde me afgelopen maandag als christen meer dan welkom in de Gerard Dou Synagoge. Dat doet goed. Ik ben alweer even geleden ook heel hartelijk welkom geheten in de Omar Al Farouq moskee. Ook dat deed goed. Ik dank rabbijn Katz dat hij het voor mij zo helder op een rijtje heeft gezet. En ik besluit hier en nu om voortaan, zonder voorbij te zien aan alle verschillen en spanningen die er ook zijn, met rabbijn van der Kamp te spreken over ‘onze moskeeën’ en ‘onze synagogen’. Dat heet, als ik het goed heb, inclusief denken. En van inclusief denken komt inclusief spreken en inclusief handelen. Hoe de weg van hieruit verder gaat, de tijd zal het leren. Maar op de een of andere manier geloof ik dat het uiteindelijk goed komt.

Toos Wolters
Predikant Johannescentrumgemeente

 

2 reacties:

  1. Dat is mooi verwoord Toos! Laten we blijven zoeken naar de overeenkomsten van de verschillende stromingen en gezamenlijk het goede kiezen voor de toekomst!

  2. De roep van rabbijn Lody Van der Kamp ‘Ze moeten van onze moskeeën afblijven’. Vervult mij met gevoel van ‘walging tot overgeven toe’. Ik vraag mij af wat voor een man is hij? Wat bezielt hem? Hij is paar keer fysiek overvallen door moslims in Amsterdam. https://www.youtube.com/watch?v=_jnsC-m4v8g Probeert hij soms hetzelfde te bereiken als zijn voorgangers van de Joodse Raad? ‘Geen verzet is verzet’? Dan heeft hij het goed mis. Met deze slagzin werden meer dan honderdduizend Joden naar de vernietigingskampen gestuurd. De moslims hebben voor Joden EN VOOR CHRISTENEN dezelfde agenda in het vooruitzicht. Bij de nazi’s gingen het om bevelen van Führer Adolf Hitler. Bij de moslims gaat het om bevelen van een pathologische, bloeddorstig en uiterst gewelddadige god Allah. Zou deze god een mens van vlees en bloed zijn, dan zou hij nu samen met Michael P. en andere geschifte gajes van dien aard in een TBS kliniek zitten. Deze pathologische Allah had een gabber als een profeet uitgezocht die graag kinderen en vrouwen verkrachtte, massa moorden en genocide pleegde.
    De zin:
    “We moeten als gelovigen samenwerken, niet om elkaar ergens toe over te halen, laat staan om elkaar te bekeren, maar omwille van de wereld waarin we leven. Want die heeft liefde nodig, aandacht en zorg, zodat mensen weer in het leven en in elkaar gaan geloven. Zodat er weer gemeenschapszin ontstaat en verantwoordelijkheidsgevoel enz.”
    is volledig van de realiteit afgerukt als het om de verhouding gaat tussen christenen, joden en moslims. Het is onrealistisch. Moslims mogen op geen enkele wijze verboden zijn met christenen, joden of wie dan ook: behalve als ze kunnen een vrouw van beide geloven verkrachten of als seksslavin gebruiken.
    Hier zijn paar voorbeelden:
    Soera 2, vers 161: “Voorzeker, die verwerpen en als ongelovigen sterven, over hen zal de vloek komen van Allah en van de engelen en van alle mensen.”
    Soera 2, vers 191: “En dood hen, waar je hen ook ontmoet en drijft hen uit, vanwaar zij u hebben uitgedreven; want vervolging is erger dan doden. En bevecht hen niet nabij de heilige Moskee, voordat zij je daarin bevechten. Maar indien zij je bevechten, bevecht hen dan – zo is de vergelding voor de ongelovigen.”
    Soera 2, vers 216: “Vechten is je geboden ofschoon je er afkerig van bent; maar het kan zijn, dat je tegenzin hebt in iets terwijl het goed voor je is en het kan zijn, dat je iets behaagt terwijl het slecht voor je is. Allah weet het en jij weet het niet.”
    Soera 2, vers 217: “Zij vragen je omtrent het vechten in de heilige maand. Zeg: ´Het vechten hierin is een grote overtreding, maar de mensen van de weg van Allah af te houden en Hem ondankbaar te zijn en (de toegang tot) de Heilige Moskee (te verhinderen) en haar mensen er van te verdrijven, is bij Allah een grotere zonde; en vervolging is erger dan doden.´ En zij zullen niet ophouden je te bevechten, totdat zij je van jouw geloof hebben afgebracht, als zij kunnen. Maar wie onder u zich van zijn geloof afkeert en sterft als een ongelovige – diens werken zullen tevergeefs zijn in deze wereld en in de toekomende. Deze zijn de bewoners van het Vuur en zij zullen daarin verblijven.”
    Soera 3, vers 4: “Voorzeker, zij, die de tekenen van Allah verwerpen, zullen een strenge straf ontvangen; Allah is machtig, de Heer der Vergelding.”
    Soera 3, vers 10: “Voorzeker zullen de bezittingen en kinderen der ongelovigen hun tegen Allah in het geheel niet baten: dezen zullen brandstof voor het Vuur zijn.”

    U en rabbijn Lodi Van der Kamp kunnen meer van deze soort geintjes vinden in link:
    https://ejbron.wordpress.com/2015/02/15/voor-alle-twijfelaars-besluitelozen-onwetenden-en-diegenen-die-nog-steeds-denken-dat-de-islam-een-religie-van-de-vrede-zou-zijn-koranverzen-die-al-1400-jaar-lang-van-mohammed-to/

    ISIS is geen bijzonder fenomeen in de islam. ISIS is islam. De uitspattingen van ISIS zijn onlosmakelijk van de Arabische cultuur en erfgoed.
    Het zou voor christenen (ook in Europa) veel gezonder zijn om toenadering tot moslims zoeken via een vizier van een geweer. Dan hebben ze een betere kans te overleven. De Joden in Israël doen dat al. In de Darwinistische wereld waarin ze leven bestaat geen andere keus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.