‘Sit and talk’ – alleen dan is er hoop

Onder de titel ‘Onopgeefbaar verbonden…?!’ ging ik met een groep van 22 dominees uit de breedte van de Protestantse Kerk Nederland eind januari op reis naar Israël/Palestina. Met als doel ons middels studie, reflectie en ontmoeting te bezinnen op de relatie Kerk en Israël, zoals die met die woorden, maar dan zonder vraag- en uitroepteken, in de Protestantse kerkorde beschreven staat.
Vorig jaar mei was ik voor de eerste keer in Israël. Nog voel ik de ontroering die dat bezoek bij mij teweegbracht. Het Noorden, Galilea, heb ik ervaren als het land van Jezus. Het was alsof de tijd wegviel en ik daar met hem als een van zijn leerlingen rondwandelde. En daarna was er die bijzondere stad Jeruzalem, met haar hoog opgetrokken muren en talrijke poorten en haar wonderlijke mengeling van culturen en godsdiensten. Maar ook met Yad Vashem, haar grote en indrukwekkende Holocaust-monument en -museum waar ik stil werd van verbijstering. Hoe kan het dat wij mensen dit hebben laten gebeuren, deze poging om dit hele volk systematisch uit te roeien? Dat dat in ons schuil gaat.
Het bracht me in verlegenheid. Te meer daar ook ik de krant lees en weet van het grote conflict tussen Israël en de Palestijnen. Het is de brandhaard van de wereld, wordt wel gezegd. Een plaats van lijden en onrecht, van strijd om te overleven. En tegelijk is het voor Joden het land van de belofte, en zowel voor hen als voor christenen en moslims het land van de heilige plaatsen. Zo jammer, dat men daar niet in vrede met elkaar kan samenleven.

De studiereis zou ons helpen bij onze beeldvorming. We zouden kennismaken met de politieke en maatschappelijke realiteit in Israël en de Palestijnse gebieden en een stap zetten in de verdieping van onze visie op Israël en op de oecumenische verbondenheid met Palestijnse christenen.
Ik moet zeggen dat die beide doelstellingen ruimschoots zijn gehaald. Al in de eerste dagen van de reis leerden we hoe groot de segregatie is. Als Joodse en Palestijnse kinderen samen naar dezelfde school gaan (en het zijn zeer vooruitstrevende ouders die daartoe besluiten), dan kunnen ze elkaar in het begin niet eens verstaan. Het ene kind spreekt Hebreeuws en het andere kind Arabisch. Hoe pak je dat aan? Maar nog erger, hoe doe je het met de volslagen tegengestelde politieke en culturele achtergronden. Wat voor een Joods kind een grote feestdag is, de stichting van de staat Israel in 1948 of de uitkomst van de zesdaagse oorlog in 1967 waarmee Israël haar grondgebied verviervoudigd heeft, is voor een Palestijns kind de al-Nakba (de Catastrofe) en oorzaak van het grote vluchtelingenprobleem. Hoe doe je dat als je dat met je leerlingen op een en dezelfde dag moet gedenken? En dan komt het verschil in geloof er nog een keer bij. Zeker wanneer beide groepen zich met rotsvaste overtuiging op hun heilige boeken en overleveringen beroepen.

De rest van de reis kleurde wat in de eerste dagen geschetst was verder in. Het werd steeds duidelijker dat beide volken elkaar in een uitzichtloze wurggreep houden. De Oslo-akkoorden, waarvan de wereld hoopte dat het wat soelaas zou bieden, hebben uiteindelijk de situatie eerder verslechterd dan verbeterd. De twee Palestijnse gebieden, Gaza en de Westbank, zijn eilanden geworden, waar mensen zo goed als opgesloten zitten. Het te voet passeren van het checkpoint in de muur bij Bethlehem was voor mij een triest dieptepunt. Evenzeer als, de dag ervoor, mijn tweede bezoek aan Yad Vashem. Ik begrijp zo goed, dat het Joodse volk, nu ze zich eenmaal opnieuw in dit land heeft gevestigd, dit tot haar laatste snik zal verdedigen. Waar moeten ze anders heen? Ik ontmoette een jonge Joodse vrouw uit Argentinië. Ze was voor een paar maanden in Israël, maar wilde er niet blijven. Ze vond de samenleving erg hard. Ze zou op termijn terugreizen naar Argentinië. ‘Is het voor jullie veilig daar?’, vroeg ik haar. Ze schudde haar hoofd en zei: ‘Nee, er zijn veel nazi’s.’ Ik vind het hartverscheurend dat, 67 jaar na WO II, dit het antwoord is dat zij moest geven.

Wat heeft deze reis mij gebracht? Ik veel gezien en gehoord en nog meer gevoeld en ik moet zeggen, ik kwam aangeslagen thuis, met heel wat illusies armer. Ik besef nu dat dit conflict nog heel lang zal duren en hoe het gaat aflopen is onzeker. Er zijn geen eenvoudige oplossingen, ook de twee staten oplossing is zo goed als van de baan. Dat is de harde realiteit. Maar, en dat is de andere kant, ik heb ook prachtige en moedige mensen ontmoet, die streven naar ontmoeting en verzoening, en ontroerende initiatieven gezien van volgehouden goede wil, waaronder ook een aantal van christelijke Palestijnen, een groep die ik voorheen niet echt in beeld had.

Een boodschap die we meekregen van de Parents Circle, een organisatie van Joodse en Palestijnse mannen en vrouwen die in het conflict een kind of een partner verloren hebben en allerlei creatieve ontmoetingen organiseren om toch vooral over en weer met elkaar in gesprek te raken, wil ik graag doorgeven: ‘Importeer dit conflict niet in jullie eigen land! Wees niet pro-Israël, wees niet pro-Palestijnen, maar wees pro-peace, wees voor de vrede! En als er toch sympathieën en antipathieën zijn, verketter elkaar niet, maar ‘sit and talk’, ga zitten en praat, desnoods over heel andere onderwerpen, maar leer elkaar kennen, leer elkaar vooral zien als mens en medemens. Want alleen dan is er hoop.’
Ik doe het er maar mee voorlopig. Ik weet geen andere weg. Moge God Joden en Palestijnen beide in zijn grote wijsheid genadig zijn.

 

Toos Wolters
Predikant Johanneskerk te Utrecht
27 februari 2018

Eén reactie:

  1. Alice Zuidema

    Wat heb je dit mooi verwoord Toos! Laten wij/zij de moed niet opgeven en elkaar in de ogen zien! Vrede moet toch mogelijk zijn!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.