Een sprankje eeuwigheid

Met vijftien mensen van de Protestantse Gemeente Utrecht, gemeenteleden, bestuurders, predikanten, waren we in het eerste weekend van maart in Londen. Om wat rond te kijken bij diverse kerkgemeenschappen om zo wat frisse inspiratie op te doen voor ons eigen werk. Een soort ‘gluren bij de buren’.

Op zondagavond was er een keuzeprogramma. Met acht reisgenoten besloten we naar Moot te gaan. Moot is, zo valt te lezen op hun website, een nieuw-monastieke gemeenschap, die haar basis heeft in de kerk van St. Mary Aldermary in het hart van de City. Een gemeenschap die een thuis wil zijn voor mensen die niet zo veel hebben met de traditionele ideeën over de kerk, maar zich wel aangesproken weten door de christelijke spiritualiteit, zoals die door de eeuwen heen door creatieve geesten is beleefd. Ze zijn serieus in hun engagement: “We zoeken een manier van leven die enerzijds past bij de moderne cultuur en anderzijds gericht is op het vinden van God in alle dingen”. De Moot-community heeft een regel, een Rythm of Life, waaraan de leden zich committeren. Ze wonen niet samen, maar ze hebben wel degelijk afspraken over het leven en hoe dat te leiden. Ze weten van elkaar dat ze dat door de dag heen op een voor elkaar herkenbare wijze doen.

Op de eerste zondag van de maand houdt de gemeenschap een agapè-maaltijd, ‘bring and share’, ‘neem mee en deel’. En ook als je niets mee te brengen hebt, ben je welkom. We besloten onze komst niet aan te kondigen, maar natuurlijk wel iets te eten en te delen mee te nemen.  Door een schemerig en na een week van hevige sneeuwval nog wat nattig Londen zochten we onze weg, meldden ons om 18.00 uur aan de zijdeur van een grote kerk en stapten met z’n achten naar binnen. Er was een kleine groep mensen aanwezig en de verbazing over onze komst was even heel duidelijk voelbaar. Wat nu, zoveel gasten? Iemand, het bleek later de pastor, kwam op ons af: ‘Welkom!’ En meteen daarachteraan, enigszins bezorgd: ‘Hebben jullie al gegeten?’ ‘Nee, maar we hebben eten meegenomen.’ Hij slakte een zucht van verlichting: ‘Geweldig!’ en het ijs was gebroken. We kregen koffie en op verschillende plekken groepten mensen samen en ontstonden gesprekjes. Waar wij vandaan kwamen, vroegen ze.  “O, een inspiratiereis!”  En wij stelden vragen over hun gemeenschap en wat ze verder nog deden. We hoorden dat er door de week in de kerk een café is waar de zakenmensen uit de omgeving hun lunch komen opeten. Eigen brood meenemen is prima, weet je welkom, koffie, thee en soep is volop verkrijgbaar. Het gebouw stond lange tijd leeg, maar de bisschop besloot op enig moment dat ze het voortaan voor hun gemeenschap en haar activiteiten zouden mogen gebruiken. Een grote, ruime, hoge, kerkruimte, met de banken er nog in, met achterin vrije ruimte, tafels, stoelen, wat luie sofa’s, gezellige zitjes, geen enkele luxe, maar meer dan voldoende gerief.

Onderwijl gebeurde het. De tafels werden in een vierkant gerangschikt passend bij het aantal mensen dat er was. Stoelen werden erom heen geplaatst. Met eenvoudige spullen werden de tafels gedekt en het meegebrachte voedsel werd erover verdeeld. Het gebeurde haast ongemerkt. Toen klonk de nodiging: “Jezus ging zitten en zijn leerlingen met hem en Hij zei: Jullie hebben geen idee hoezeer ik ernaar verlangd heb om dit Paasmaal samen met jullie te eten, voordat ik aan mijn lijdenstijd begin. Dit is de laatste keer dat ik het met jullie zal eten, totdat we het samen zullen eten in het Koninkrijk van God.” En met die nodiging was de maaltijd in een keer naar een ander niveau getild, zonder dat het ook maar een moment plechtig werd. We zochten allemaal een plek aan tafel. We hadden het goed met elkaar, wisselden uit, bevroegen elkaar, hoorden elkaars verhalen en heel fijnzinnig werden er mooie liturgische woorden door ons samenzijn heen geweven. Woorden die uitliepen op het alweer heel eenvoudig vieren van de kern van het avondmaal: de instellingswoorden werden gezegd, het brood gebroken, de beker rondgegeven. Maar toen waren we zeker al een uur verder.

Het is een van mijn ontroerendste herinneringen aan de Londenreis. In die paar uur dat we daar samen waren met mensen die we nooit weer zullen ontmoeten, was er zo’n sterke ervaring van gemeenschap dat het zich aan tijd en plaats onttrok. Het was zo maar een sprankje eeuwigheid. Zo maar ‘even alle dingen goed’. We voelden ons zeer welkom, maar ook weer niet overdreven. Er was ook iets heel gewoons. Alsof het zo hoort tussen mensen, zo en niet anders.  Na twee uur samenzijn, we hielpen nog even met de afwas, ging ieder weer zijns weeg. Wij gingen terug naar ons hostel, een beetje stil door wat ons was overkomen.  Al lopend naar de metro, zeiden we tegen elkaar: “Zo moet het inderdaad geweest zijn, destijds, met Jezus de leerlingen en zo kan het dus nog steeds”.

 

Toos Wolters

Predikant Johanneskerk te Utrecht

21 maart 2018

 

 

2 reacties:

  1. Anneke de Klerk

    Wat bijzonder, om zoiets mee te maken. Mooi dat er zo’n plek is waar mensen terecht kunnen. Ik zag gisteren bij Brandpunt dat er in de Bijlmer een protestants klooster is op een flatgalerij, wellicht ook een idee om daar eens te kijken?

  2. Wat een mooie ervaring! Bedankt voor het delen Toos!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.