Het pad van het ongeloof

Ik had u beloofd om bij een volgende gelegenheid nog wat verder te schrijven over de zes meest voorkomende wegen waarop moderne Godzoekers zich kunnen bevinden. Dit naar aanleiding van het boek The Jesuit Guide about (almost) everything van de Jezuïet James Martin. Deze keer gaat het over het pad van het ongeloof. Dat is het pad, aldus Martin, waarop die mensen zich bevinden die behalve de religieuze instituten ook het geloof in God an sich afwijzen. Zij hebben daar vooral intellectuele redenen voor en hun conclusie is: ‘God bestaat niet, mag niet bestaan en kan niet bestaan. Punt uit’.

We kunnen van hen leren, zegt Martin. Want ze bevragen het geloof tot op het bot. Ze weten vaak meer van God en godsdienst dan gelovigen zelf en hebben vaak ook een goede neus voor hypocrisie en al te gemakkelijke antwoorden, een zogenaamde religieuze-onzin detector. Ze voeren de discussie op het scherpst van de snede en je moet als gelovige van goeden huize komen om hen van repliek te kunnen dienen.

Maar het gevaar voor deze groep is dat ze in hun intellectualisme raken opgesloten. Het wordt een even gesloten systeem als het geloofssysteem dat ze zeggen te bestrijden. Wanneer er in hun emotionele leven iets gebeurt wat hen diep raakt, verwerpen ze de mogelijkheid dat daarin iets van een andere orde aanwezig zou kunnen zijn. Hun intellect is een muur geworden waarmee ze hun harten afsluiten voor wat je, als je dat wilt, zou kunnen zien als ervaringen van God.

James Martin komt met een bekend voorbeeld. Een ongelovige wordt bedreigd door een overstroming en ziet dat als een mogelijkheid om het al dan niet bestaan van God te bewijzen. Hij zegt tegen zichzelf: ‘Als er een God is, dan vraag ik hem om mij te redden’. Hij hoort op de radio een oproep om zo snel mogelijk uit het rampgebied te vertrekken, maar geeft daaraan geen gehoor. Want als er een God is, dan komt die hem immers redden. Daarna klopt er een brandweerman aan om hem te evacueren. Hij weigert echter om mee te gaan. Als het water stijgt, verhuist hij naar de tweede verdieping en ook de reddingsboot, die langs komt, laat hij voorbijgaan. Tenslotte eindigt hij op het dak van huis. Er vliegt nog een helikopter over, maar hij blijft de hulp weigeren. Het einde van het verhaal is dat een grote vloedgolf hem van het dak slaat en hij verdrinkt. Eenmaal boven bij God aangekomen roept hij verontwaardigd uit: ‘Waarom hebt u mij niet gered?!’. En God zegt: ‘Ik stuurde een waarschuwing, een brandweerman, een reddingsboot en een helikopter, maar je luisterde op geen enkel moment’.

Tot zover James Martin. Het klinkt misschien wat simpel, maar toch schildert hij hier haarfijn de beperking van het intellectualisme. Dat is een bepaalde manier van kijken. Wie binnen de grenzen van het intellectualisme blijft, ziet niet meer dan dat hij zichzelf toestaat om te zien. Het is een gesloten systeem, een slang die in zijn eigen staart bijt. Maar als je een keer besluit dat er meer te zien is, dat je gebeurtenissen in je leven op meer manieren kunt interpreteren, dat er misschien wel meer tussen hemel en aarde is dan jij gewoon bent te denken, dan ga je meer en anders zien. Dan open je je voor het andere, het onverwachte en onbekende en kan het zomaar gebeuren dat je opeens onverwacht iets gewaarwordt van die wij noemen ‘God’.

Het pad van het intellectualisme lijkt in eerste instantie aantrekkelijk. Ik heb het ooit zelf een tijdje bewandeld. Achteraf gezien denk ik, dat ik dat nodig heb gehad om me te kunnen bevrijden van het al te rigide geloofssysteem waarmee ik ben opgevoed. Maar uiteindelijk voldeed het niet. De dingen waren weliswaar helder en voorspelbaar. Ik wist waar ik aan toe was want ik bepaalde immers zelf de grenzen. Maar tegelijk was het op dat pad van het zuivere rationele denken ook leeg en kaal en weinig verrassend. Ik weet nog heel goed het moment dat ik besloot er mee te stoppen. Laat het verrassende van God maar weer terugkomen in mijn leven, zo dacht ik. En ik heb er geen spijt van, integendeel. De wereld is zo veel groter geworden, het leven zoveel avontuurlijker. En God? Ach, God is, nog steeds onnoembaar en onkenbaar, zoveel dichterbij gekomen.

Toos Wolters

Eén reactie:

  1. Mooi verwoord Toos. God blijft ons verwonderen als we dit maar willen zien en voelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.