De Messias

Ruud_Bartlema De rechtvaardige aan de waterstromen

Ruud Bartlema – De rechtvaardige aan de waterstromen

Op het onlangs gehouden gemeenteberaad spraken we met elkaar over het Johannescentrum als huis van verhalen. Dat bracht mij een chassidisch verhaal in herinnering, dat op een prachtige manier een handreiking geeft over hoe we elkaar als mensen hoog kunnen houden. Het verhaal is ook opgenomen in een van de notities die deel uit maken van het toekomstplan van de Johannescentrumgemeente. Ik deel het hier graag met u allen.
Het verhaal gaat over een klooster dat moeilijke tijden doormaakte. De kloosterorde, die ooit befaamd was geweest, had al haar dochterordes ten onder zien gaan als gevolg van antireligieuze vervolgingen in de zeventiende en achttiende eeuw en de opkomst van de vrijdenkerij in de negentiende eeuw. Ze was zo zeer gedecimeerd dat er nog slechts vijf monniken waren overgebleven in het vervallen oorspronkelijke kloostergebouw: de abt en vier anderen, allen in de zeventig. Het was onmiskenbaar een uitstervende orde.
In de dichte wouden rondom het klooster bevond zich een kleine hut die een rabbi uit een nabijgelegen stad zo nu en dan als kluizenaarshut gebruikte. Door hun jarenlange bidden en contemplatie waren de oude monniken in staat aan te voelen wanneer de rabbi in zijn kluizenaarshut was. ‘De rabbi is in het bos, de rabbi is weer in het bos,’ fluisterden ze dan tegen elkaar. Terwijl hij zich het hoofd brak over de dreigende ondergang van zijn orde, kreeg de abt op een van die momenten de ingeving om de kluizenaarshut te bezoeken en de rabbi te vragen of hij misschien een advies zou kunnen geven dat het klooster kon redden.

De rabbi verwelkomde de abt in zijn hut. Maar toen de abt het doel van zijn bezoek uiteenzette, kon de rabbi slechts zijn medeleven betuigen. ‘Ik weet hoe het is,’ riep hij. ‘De mensen hebben geen oog meer voor het geestelijke. In mijn stad is het hetzelfde. Bijna niemand komt nog naar de synagoge.’ De oude abt en de oude rabbi schreiden samen. Daarna lazen ze gedeelten uit de Thora en spraken op zachte toon over wezenlijke dingen. Toen kwam het moment dat de abt afscheid moest nemen. Ze omhelsden elkaar. ‘Het was iets prachtigs dat we elkaar na al die jaren ontmoetten,’ zei de abt, ‘maar ik ben nog steeds niet geslaagd in het doel van mijn bezoek. Kunt u mij niets zeggen, of enig advies geven dat mij kan helpen mijn stervende orde te redden?’
‘Nee, het spijt mij,’ antwoordde de rabbi. ‘ik kan geen enkel advies geven. Het enige dat ik u kan vertellen is dat de Messias een van u is.’
Toen de abt terugkeerde in het klooster, kwamen zijn mede-monniken om hem heen staan en vroegen: ‘En, wat zei de rabbi?’ ‘Hij kon niet helpen,’ antwoordde de abt. ‘We hebben gehuild en samen in de Thora gelezen. Het enige dat hij zei, toen ik wegging, – het was een beetje cryptisch – was dat de Messias één van ons is. Ik weet niet wat hij bedoelde.’

In de dagen en weken en maanden die erop volgden, piekerden de oude monniken hierover en vroegen zich af wat de woorden van de rabbi zouden kunnen betekenen. De Messias is één van ons? Kon hij wellicht één van ons, monniken, hier in het klooster hebben bedoeld? En als dat het geval was, welke dan? Denk je dat hij de abt bedoelde? Ja, als hij iemand bedoelde, bedoelde hij waarschijnlijk vader-abt. Hij is langer dan een generatie onze leider geweest. Aan de andere kant kan hij ook broeder Thomas hebben bedoeld. Broeder Thomas is ongetwijfeld een heilig man. Iedereen weet dat Thomas een verlicht man is. Hij kan beslist niet broeder Elred hebben bedoeld! Elred wordt zo nu en dan chagrijnig. Hoewel broeder Elred voor de mensen een voortdurende bron van ergernis is, heeft hij bij nader inzien bijna altijd gelijk. Vaak meer dan gelijk. Misschien bedoelde de rabbi inderdaad broeder Elred. In elk geval niet broeder Phillip. Phillip is zo passief, zo onzichtbaar. Al bezit hij de bijna mysterieuze gave er altijd te zijn wanneer je hem nodig hebt. Als door een wonder duikt hij naast je op. Misschien is Phillip de Messias. Natuurlijk bedoelde de rabbi niet mij. Hij kan onmogelijk mij hebben bedoeld. Ik ben maar heel gewoon. Maar stel dat hij mij wel bedoelde? Stel dat ik de Messias ben? O God, niet ik. Zoveel kan ik toch niet voor U betekenen?

Terwijl ze zich op die manier het hoofd braken, begonnen de oude monniken elkaar met buitengewoon respect te bejegenen met het oog op de kleine kans dat een van hen de Messias was. En met het oog op de heel kleine kans dat iedere monnik zelf de Messias was, begonnen ze zichzelf ook buitengewoon respectvol te bejegenen.
Omdat het bos waarin het klooster lag fraai was, kwamen er nog steeds mensen op bezoek om te picknicken op het kleine gazon, over de paden te wandelen, om zo nu en dan zelfs de bouwvallige kapel binnen te gaan en te mediteren. Daarbij ervoeren ze, zelfs zonder het zich bewust te zijn, de aura van buitengewoon respect waardoor de vijf oude monniken waren omgeven, die zo stralend was dat de atmosfeer van de plek ervan doortrokken werd. Ze bezat een eigenaardige, zelfs dwingende aantrekkingskracht. Nauwelijks wetend waarom, begonnen ze vaker terug te keren naar het klooster om te picknicken, te spelen en te mediteren. Ze begonnen hun vrienden mee te nemen om hun deze speciale plek te laten zien. En hun vrienden brachten hun vrienden mee.
Toen raakten enkele van de jongeren die het klooster kwamen bezoeken meer en meer in gesprek met de oude monniken. Na een poos vroeg een van hen of hij zich bij hen kon aansluiten. En daarna een tweede. En een derde. Binnen enkele jaren was het klooster weer een bloeiende orde geworden en, dankzij het geschenk van de rabbi, een stralend centrum van licht en spiritualiteit in het rijk.

Met een hartelijke groet voor u allen,

Toos Wolters

ds. Toos Wolters

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.