Het Koninkrijk van God en Kosmisch Bewustzijn

Het ene komt voort uit het andere. Zo gaat dat. In de boeken die ik de laatste jaren gelezen heb, werd zo nu en dan verwezen naar Kosmisch Bewustzijn. Een studie in de evolutie van de menselijke geest, van Dr. Richard Bucke, eerste oorspronkelijke uitgave 1901. Het kwam op mijn leeslijstje terecht en toen er nog een keer naar verwezen werd, was ik om. Het moest nu maar eens gelezen worden. De rechten zijn inmiddels verlopen, dus een PDF in het Engels (Cosmic Consciousness) was al snel op internet gevonden. Maar een vertaling is ook altijd leuk en inmiddels hebben we er een in huis, uit 1934, van J.H.W Boelens, lichtgewicht want op geschept papier, maar daardoor wel 6 cm. dik. Met een opdracht op de eerste pagina: ‘Geschenk aan André Peters van zijn oude vrienden’, en dan volgen er een paar namen. Op het eerste blad een grote foto van Dr. Med. Richard Maurice Bucke, met daaronder ‘Ex-Geneesheer Directeur van het krankzinnigengesticht te Londen (Canada)’. Voorzichtig sla ik de bladzijden om. Het is een hele sprong terug in de tijd, maar toch ervaar ik verbondenheid. Ik merk dat ik het boeiend vind om zo op mijn intuïtie af op zoek te gaan naar eerste sporen van een nieuwe ontwikkeling in denken en kijken. Waar is het begonnen en wat hebben die denkers en zieners van toen gezien en wat valt er vandaag de dag van hen te leren?

Wat me wel vaker opvalt met boeken uit het begin van de 20e eeuw is dat het denken over God (de theologie) en het bestuderen van verschijnselen op de rand van het menselijk bewustzijn (want je onder godsdienstpsychologie kunt scharen) elkaar nog met een plezierige onbevangenheid ontmoeten. Wetenschap en religie zijn nog niet tegen elkaar uitgespeeld, maar worden beide evenwaardig in het spel gebracht. Dat doet de gelovige, die ik ook ben, goed.

In de eerste twee grote hoofdstukken van zijn boek maakt Bucke helder inzichtelijk dat evolutionair gezien de menselijke geest in ontwikkeling is. Waar we de dieren bewustzijn toedichten, spreken we bij mensen over de zich geleidelijk ontwikkelende unieke gave van het zelfbewustzijn. Maar dat is nog niet het einde, aldus Bucke. Kosmisch bewustzijn is een daaropvolgende derde vorm, die voortbouwt op de eerste twee, maar tegelijk voor de mens ook helemaal nieuw is. ‘Het eerste kenmerk van dit kosmische bewustzijn is – gelijk de naam al aanduidt – dat men zich den kosmos, d.w.z. het universele leven en de universele orde bewust is.’ … ‘Tegelijk met het doorbreken van het kosmisch bewustzijn vindt een “verlicht worden” van het intellect plaats, een gebeurtenis die op zichzelf reeds den mensch naar een nieuw bestaansgebied verplaatst – hem bijna tot lid van een nieuwe soort maakt’. 

Wat dan vervolgens zo leuk is, is dat hij de rest van zijn boek wijdt aan het nader onderzoeken van opgeschreven ervaringen van dit kosmische bewustzijn. Grote geesten zijn ons voorgegaan en hebben ervan getuigd. Wij kunnen bij hen in de leer. Niet dat het allemaal meteen helder wordt, want voor die verheven ervaring van een nieuw en verruimd bewustzijn bestaat er nog geen eenduidige taal. Ieder probeert het op eigen wijze onder woorden te brengen. Maar als je goed oplet, zie je dat het ondanks individuele verschillen toch steeds over hetzelfde gaat.

Van de grote geesten noemt Bucke als eerste Siddhartha Gautama, de Boeddha, en duikt in boeddhistische teksten over de Edele Waarheden en het Nirwana. De moeite van het lezen zeker waard. Maar direct daarna, en daar keek ik natuurlijk reikhalzend naar uit, gaat het over Jezus Christus.

‘Honoré de Balzac (1799-1850) zegt dat Jezus een Specialist was – dat is dat hij Kosmisch Bewustzijn had’, zo opent Bucke deze paragraaf. Natuurlijk dacht ik, zo is het. Jezus staat in de rij van de grote Verlichten, op één van de eerste plaatsen. Denk aan het verhaal over zijn doop in de Jordaan, over de Geest die op hem neerdaalde. ‘En Hij hoorde een stem uit de hemel: Gij zijt mijn geliefde zoon ín wie ik mijn welbehagen heb.’ (Marcus 1: 9-13) ”De uitdrukking ‘Hij zag de hemel opengaan’ geeft de komst van het kosmisch bewustzijn uitstekend weer, daar dit immers doorgaans in één ogenblik, plotsteling, komt, alsof ineens de sluier voor de oogen des geestes wordt weggerukt.

Daarna, en dan wordt het voor mij helemaal mooi, behandelt Bucke een hele serie woorden van Jezus over het Koninkrijk van God en plaatst die in het licht van dat kosmische bewustzijn. In dat nieuwe bewustzijn, waarin de ervaring dat alles met alles samenhangt (universeel leven) allesbepalend is, gelden andere wetten en regels dan in het eraan voorafgaande zelf-bewustzijn der mensen. Er openbaart zich een nieuwe universele orde. Een orde die nu voor de meeste van ons nog achter nevelen verborgen ligt, maar die in de voortgang van de ontwikkeling van de menselijke geest zich steeds meer zal openbaren.

Het klinkt misschien wat speculatief, maar toch ook heel logisch en aannemelijk, en ook, vind ik, heel hoopvol. Allerlei nieuwe geluiden ook in onze tijd, over inclusiviteit, over zorg voor de aarde, over verantwoordelijkheid voor elkaar en voor al wat leeft, kun je in het licht van deze ontwikkeling verstaan. Het is al gaande en wij maken er deel van uit.

Jezus (en anderen) waren op hun beste momenten al in de nieuwe wereld; ze dachten van daaruit, handelden van daaruit, en daarom zijn ze voor ons lichtende voorbeelden, eerstgeborenen, voorgangers wier getuigenis ons moed mag geven om ook zelf ons te openen voor dit bewustzijn van meer dan het gewone, van wat we nog niet zien maar er wel is, van het Koninkrijk van God, dat dichtbij is, om ons heen, in ons.

De volgende persoon die Bucke gaat bespreken is Paulus. Dat verbaast me niets. We hebben van hem een kerkleraar gemaakt, maar allereerst en bovenal was hij een groot ziener. Was hij het niet die, weliswaar stamelend en met grote terughoudendheid, vertelde over weggevoerd worden tot in de derde hemel (2 Korintiërs 12:2)? Maar tegelijk kon hij er niet over zwijgen. Het was de bron waaruit hij putte en het gaf hem, net als Jezus, de kracht en de moed om op zijn eigen wijze wereldvernieuwend rond te trekken.

Er volgen in het boek van Bucke nog vele andere, minder bekende mensen die op papier getuigenissen hebben nagelaten over hun ervaringen. Hij eindigt in zijn eigen tijd. En zoals hij ook zelf zegt, is het natuurlijk maar een zeer beperkte selectie, bij elkaar gebracht om een beetje inzichtelijk te maken waar we het over hebben als we spreken over kosmisch bewustzijn of, in nieuwtestamentische termen, het Koninkrijk van God. Het is, zo maakt hij duidelijk, een andere en volgende vorm van bewustzijn, waarvan het licht ons nu al en hopelijk steeds meer mag raken en inspireren. 

Ik herinner me dat we vroeger in onze erediensten een gebed ‘om verlichting met de heilige Geest’ hadden. Dat gaat hierover, dat kan niet anders. Opdat een nieuwe wereld komen zal…

Zo brengt het begin van de vorige eeuw ons bij de toekomst die zich aandient. Dat noem ik een vreugdevolle exercitie.

Toos Wolters

predikant Johanneskerk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.