Verhuisd

In mijn huis in Overvecht kijk ik naar de bloemen die ik afgelopen zondag kreeg namens de gemeente. Heel mooi: nog lang niet alle dozen zijn uitgepakt, dus wat kleur misstaat niet. Ik ben verhuisd, dus niet meer een forens die Overvecht aan het eind van de middag weer verlaat. Zo zie ik de wijk weer van een heel andere kant. ’s Avonds laat zie ik hoe aardedonker het kan zijn, en ’s ochtends zie ik de zon opkomen boven de daken onder luide kreten van bouwvakkers die een flatgebouw renoveren. Ik fiets over brede dreven naar het grote winkelcentrum om een broodje te halen bij een Marokkaanse visboer. Een paar kinderen die samen over straat lopen spreken mij aan, of ik misschien de tweelingbroer van Ed Sheeran ben. Overvecht zit vol verrassingen.
In de Volkskrant (2 januari 2024) stond een lange reportage met een alarmerende titel: ‘Overvecht kan niet nog meer kwetsbare bewoners aan’. Erbij foto’s van een karakteristieke flat en een berg vuilnis. De problematiek is echt, maar het is niet alles. Tussen de flats zijn genoeg kleine verhalen te vinden, van echte mensen die meer zijn dan onderdeel van de groep ‘statushouders’ of ‘voormalig daklozen’. Ik denk bijvoorbeeld aan de mensen die bij Hanna’s Herberg komen. En Erna (Treurniet, onze emeritus-buurtpastor) heeft mij allerlei bijzondere plekken laten zien bij een rondleiding door Overvecht-Zuid. Iemand reikte mij het volgende beeld aan: tussen de grijze betonnen flats zijn tuinen waar mooie bloemen bloeien. Daar fiets ik graag doorheen.
Jesse de Bruin.

Reacties zijn gesloten.