Het zijn de weken na Pasen. Hoe gaan we nu verder zonder Jezus, maar toch ook mét hem? Met al die herinneringen aan hem? Met dat visioen van hem, dat mensen nieuwe toekomst geeft?
Hoe nu verder: die vraag speelt ook als mensen te maken krijgen met verlies. Hoe nu verder zonder jou, zonder wie ik eigenlijk niet kan? Hoe nu verder zonder jou, met wie ik eigenlijk nog een appeltje te schillen heb?
Ik moet denken aan het volgende gedicht van Lucas Rijneveld (1991).
Beloftes van terugkomst
Dit vaarwel is uit mijn diepste binnenste gerukt,
geen boeiwoord meer gepreveld of je stevig
vastgepakt zoals ik je in een wervelstorm zou
beetpakken, weggaan is zo verraderlijk,
het was windstil toen je vertrok. En nu loop ik
met het lood in mijn schoenen je te zoeken,
van je poe-ze-poes maar geen hond die
daarnaar luistert, geen hond die daarin trapt.
Mezelf uiteindelijk in slaap gesust met beloftes
van terugkomst: een knerpend grindpad
en je verheugde gezicht, een uitleg waarmee ik
uit de voeten kan, zoiets, maak er wat moois van.
Maar de wind blijft in zijn kooi, de schapen groeien
van vacht naar vacht, en ik blijf zacht in mijn
verdriet, in de hoop dat het dan niet overspoelt,
dat je me niet met je in zee liegt. Want wat ik weet
wordt waar, wat ik weet is een nodeloos gebaar,
het heeft geen zin meer om je naar huis te vleien.
Je bent niet meer hier, maar op een plek waar
de wind je welterusten kust, je zachtjes toedekt.
Verschenen in de bundel Komijnsplitsers (2022).
Wat een prachtig gedicht.
Lies, dank voor je reactie!