Een serie over lofzangen in de weken tussen Pasen en Pinksteren

In het Johannescentrum bidden we elke zondag een Kyriëgebed, maar de liturgische andere helft van het Kyrië, het Gloria, dat laten we meestal achterwege. In ‘De weg van de liturgie’ schrijft Jelle van Nijen over de twee-eenheid van het Kyrie en Gloria als zijnde zowel een contrast als een ver-wantschap: aan de ene kant “het is nacht, maar de morgen gloort” en aan de andere kant is de roep om ontferming ook meteen een blijk van hulde aan God.

Het boek Psalmen, in het Hebreeuws tehilim, lofzangen, geheten mengt de genres door elkaar: er is geen afdeling klaagliederen, of lofzangen. Oudtestamenticus Claus Westermann wees erop “dat lofprijzing vaak wordt gevolgd door gebed, en gebed door lofprijzing; het samengaan van deze twee is voor de religieuze mens natuurlijk.”

Als zodanig is dus een serie over lofzangen altijd ook ingebed in de aanroep om de nood van de wereld. In de lofzangen uit het eerste Testament waarin God geprezen wordt als schepper, koning of bevrijder, speelt op de achtergrond vaak de ervaring van onderdrukking, geweld of oorlog een rol. Lofzangen zijn dus niet los te zien van de ambivalente geleefde werkelijkheid.

 12 april: Lied van Mozes en Mirjam, Exodus 15, voorganger Aline Barnhoorn.

  • 19 april: Lied van Mozes en Jozua, Deut. 32-33, voorganger Jesse de Bruin.
  • 26 april: Lied van Hanna, 1 Samuel 2, 1-10, voorganger Paulus van Mansfeld.
  • 3 mei: Lied van Debora, Richteren, voorganger Jesse de Bruin.
  • 10 mei: Lied van David, 2 Samuel 22, voorganger Bas van den Berg.
  • 17 mei: Slot van de serie, nog te bepalen, voorganger Erna Treurniet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.